Belichtingsdriehoek

Rob van Berkel, Fotograaf en Social media marketing specialist, Uden

Bij fotografie maak je gebruik van de drie elementen die nodig zijn om een foto optimaal te belichten.

  1. ISO – de gevoeligheid van een camera sensor voor het licht
  2. Diafragma – de grootte van de opening in de lens wanneer de foto gemaakt wordt
  3. Sluitertijd – de hoeveelheid tijd dat de sluiter open is om het licht door te laten.

Zonder één van de drie elementen kan je geen technisch goede foto maken.

Hoe werkt die belichtingsdriehoek eigenlijk?

De belichtingsdriehoek laat de verhouding tussen deze 3 elementen zien, alleen vormen de 3 elementen een driehoek. Verander je één van de elementen, misschien pas je het diafragma aan, dan verander je één punt van de driehoek. De andere hoeken blijven gelijk en zal de belichting niet meer kloppen, want als je één hoek veranderd moet je de andere ook veranderen. Dus om de belichting weer te herstellen moet je de andere elementen ook aanpassen.

ISO

Net als je camera hebben ook je ogen bepaalde gevoeligheid voor licht. Als je vanuit een goed verlichte omgeving in eens in een slecht verlichte omgeving staat, dan zullen je ogen eerst moeten wennen aan deze donkere omgeving. Bijvoorbeeld als je gaat slapen en je doet je lichten uit, je zult in het begin helemaal tot bijna niks zien. Maar na een tijdje wennen je ogen aan de donkere omgeving, dit komt omdat jouw ogen in die tijd de gevoeligheid voor het licht hebben aangepast. Je ogen worden lichtgevoeliger (ISO), waardoor je minder licht toch beter kunt zien.

Bij je camera hoef je niet te wachten tot de sensor gewend is aan het licht. Hierbij is het letterlijk een kwestie van aan een knopje draaien of indrukken. De lichtgevoelheid wordt weergeven met een (ISO)getal. De laagste ISO-waarde is meestal 100 of 200. Dit getal loopt op van:100 – 200 – 400 – 800 – 1600 – 3200 – 6400 en hoger. Een hoger getal betekent lichtgevoeliger.

Hoe hoger de ISO, hoe minder licht er op de camerasensor hoeft te vallen voor een goed belichte foto.

Basiscursus fotografie

Wil jij geen kiekjes meer?

Laat me je helpen. Ik leer je fotograferen

Fotocursus Beoordeling

Ruim 400 cursisten beoordelen deze cursus met een 9.2

“Hoe kleiner de f waarde hoe groter het diafragma”

Het diafragma

Het is een belangrijk onderdeel van iedere camera en staat bekend als “aperture” (A/Av), het diafragma. Het diafragma vormt samen met het ISO en de sluitertijd de ‘belichtingsdriehoek’. Het diafragma zit in de lens en heeft een verstelbare opening dat licht doorlaat dat vervolgens op de sensor van de camera valt. De opening kan groter of kleiner worden, vergelijkbaar met het pupil van het oog. De irissen van je ogen maken je pupillen groter of kleiner afhankelijk van het hoeveelheid licht. Zo word er door je ogen (diafragma) automatisch geregeld hoeveel licht er op je netvlies (Sensor) valt. Het diafragma is vergelijkbaar voor camera’s, maar met een camera kan je zelf bepalen hoe ver het diafragma (pupil) open of dicht staat en kan je dus bepalen hoeveel licht er op de sensor (netvlies) valt. Het hoeveelheid licht op je sensor bepaalt of de scherptediepte in de foto toe of af neemt.

De Sluitertijd

Met de sluitertijd bepaal je hoe lang de sensor van je camera belicht wordt. Het diafragma bepaald hoeveel licht er op de sensor komt. Te weinig licht betekent dat je detail verliest, dat verdwijnt in zwart. Te veel licht ook , verdwijnt in wit. De sluitertijd van de camera bepaalt dus hoeveel licht er op het sensor valt, dus ook hoeveel detail je in een foto ziet. In je camera zitten twee gordijntjes (vergelijkbaar met je oogleden) die open en dicht kunnen. Doormiddel van deze gordijntjes wordt de tijd dat het binnenkomende licht je sensor kan bereiken geregeld. De sluitertijd bepaalt hoe lang de sluiter open blijft dus hoeveel licht er op de sensor komt.

Afhankelijk van de benodigde sluitertijd voor correcte belichting en onscherpte door beweging tegen te gaan heb je een snellere of langzamere sluitertijd nodig. De sluitertijd wordt grotendeels bepaald door natuurlijke of kunstmatige licht (flits).

Hoe kun je de belichtingsdriehoek terug zien in je foto?

Je maakt bijvoorbeeld een foto met de instelling f/5.6 – 1/500sec – 400 ISO. Je wilt toch een diafragma van f/8 gebruiken. Daarmee wordt er minder licht toegelaten op de sensor (omdat je je diafragma kleiner maakt van f/5.6 naar f/8), om dezelfde belichting te gebruiken moet je andere elementen ook veranderen. Je kunt ze zowel in waarde verdubbelen, dus nu gebruik je de instellingen f/8 – 1/250sec – 400 ISO (je hebt dus het diafragma aangepast, dus verandert je sluitertijd en je ISO blijft gelijk) of f/8 – 1/500sec – 800 ISO (je hebt dus het diafragma aangepast, en je ISO heb je aangepast, maar je sluitertijd blijft gelijk t.o.v. het vorige voorbeeld)

Je ziet dat als je een element wijzigt dat je dit gevolgen heeft voor de andere elementen. Pas de elementen er juist op aan, doe je dit niet dan wordt de foto lichter of donkerder.

Vragen ?????

Heb je naar aanleiding van deze blog over diafragma vragen, laat het me hieronder dan weten. Ik ben benieuwd. Wat vond je ervan?

Rob van Berkel Photography

Pin It on Pinterest